| Aantekeningen |
- Jr. Bartholomeus de Coninck wordt toegelaten tot de Ridderschap van Drenthe in 1652 vanwege het Huis te Peize. Hij is Ette van 1664-1679 en Gedeputeerde in de periode 1667-1678.
Op 6-2-1691 wordt vrouw Konincks opgedragen, op 10-10-1693 wordt juffer B? Coninck begraven en op 14-3-1696 nogmaals een juffer Coninck. Op 13-8-1698 wordt ritmeester Coninck begraven. Ook schenkt H.de Coninck 12 gld. aan de armen ter nagedachtenisvan zijn oudste zuster en kort daarna 3 gld. vanwege luitenant Koninck. Op 26-1-1703 wordt luitenant Stefenus de Coninck begraven. Gedeputeerde Justusde Coninck betaalt 12 gld. die is nagelaten door ritmeester Coninck en een jaar later nog eens derente over 100 gld. die zijn broer Stef. de Coninck aan de armen heeft vereerd.
Volgens het Lottingsprotocol van 23-12-1692 heeft dan de maagscheid plaats van de nalatenschap van de kinderen van wijlen Jr. Bartholomeus de Coninck en vrouw Margaretha Ripperda. De dan nog levende kinderen zijn Anna Christina, Justus, Frederik, Wigboldine, Steven en Maria
|