
Gerrit WILLEMS
-
Naam Gerrit WILLEMS Doop (CHR) ca. 1650 Geslacht Mannelijk Overlijden ca. 1730 Raalte, Overijssel, Nederland
Persoon-ID I42999 Slofstra_Venema Laatst gewijzigd op 8 mei 2026
Gezin Willemke ALBERTS, geb. ca. 1655 ovl. Ja, datum echter onbekend Huwelijk ca. 1680 Type: civil Kinderen 1. Albert GERRITS, geb. ca. 1683, Raalte, Overijssel, Nederland
ovl. Ja, datum echter onbekend2. Hendrik GERRITS, geb. ca. 1684, Raalte, Overijssel, Nederland
ovl. Ja, datum echter onbekend3. Wilhelmus GERRITS, geb. ca. dec 1688, Raalte, Overijssel, Nederland
ovl. Ja, datum echter onbekend4. Anna Maria GERRITS, geb. ca. jan 1691, Raalte, Overijssel, Nederland
ovl. Ja, datum echter onbekend5. Jan GERRITS, geb. ca. jan 1693, Raalte, Overijssel, Nederland
ovl. Ja, datum echter onbekend6. Henricus GERRITS, ged. 14 jul 1695, Raalte, Overijssel, Nederland
ovl. 27 feb 1745, Zwolle, Overijssel, Nederland
(Leeftijd ~ 49 jaar)7. Anna Margerita GERRITS, geb. ca. apr 1698, Raalte, Overijssel, Nederland
ovl. Ja, datum echter onbekend8. Bernardus GERRITS, geb. ca. okt 1700, Raalte, Overijssel, Nederland
ovl. Ja, datum echter onbekend9. Maria GERRITS, geb. ca. jul 1703, Raalte, Overijssel, Nederland
ovl. Ja, datum echter onbekendGezins-ID F1593418579 Gezinsblad | Familiekaart Laatst gewijzigd op 8 mei 2026
-
Aantekeningen - ALIA Gerrit Willems Rijntjes
Persoonlijke gegevens Gerrit Willems Rijntjes ?
* Gedoopt rond 1650.
Geloof: R.K.
in het lidmatenboek van de Nederduits Gereformeerde Kerk(= de latere Ned.Herv. Kerk) van Raalte van 1699 wordt geen Gerrit Willems vermeld en ook niet diens zoon Hendrik Gerrits (beide ook genoemd resp. Gerrit en Hendrik Rijntjes).
Dit N.H. doopboek van Raalte (RBSO 476), begint op 23 oktober 1687 en bevat tot in het begin van de 18e eeuw waarschijnlijk ook Katholieken.
het dopen van kinderen door Katholieken priesters was volgens het besluit van Ridderschap en Steden van 17 maart 1628 verboden.
Een plakaat, met als termijn voor het dopen in de Gereformeerde kerk 14 dagen na de geboorte, is door de Gedeputeerde van Ridderschap en Steden van Overijsel uitgevaardigd 11 juni 1653. Deze bepaalden, voor het eerst 6 mei 1652 ( en soorgelijk besluiten en gedurende lange tijd daarna), dat op het niet laten dopen binnen een maand na de geboorte in de Gereformeerde Kerk, een boete van 25 gulden stond. Vooral in de grote steden werden de plakaten en besluiten tegen de Rooms Katholieken niet altijd streng toegepast.
* Overleden in/na 1730 te Raalte Ws.
na 21 april 1730
* Beroep: Blauwverver.
* Woonachtig 1688 te op den Bussenkamp, Raalte.
In het hele productieproces van de lakennijverheid was het verven van het laken misschien wel de belangrijkste bewerking. Als het laken was geweven ging het naar de verver. Deze bereidde de verf in grote ketels, die hij vulde met plantaardige verfstoffen, water en beitsmiddelen als aluin en urine. Voor de kleur rood werd meekrap gebruikt, voor de kleur blauw indigo. Het mengsel werd aan de kook gebracht en dan roerde de verver, meestal bijgestaan door enige knechten, met lange stokken de lakens urenlang door het dampende verfbad. Een nauwkeurig werk, want de schoonheid en de deugdelijkheid van de kleuren waren immers doorslaggevend voor de handelswaarde van het laken. Na het verfbad werden de lakens goed uitgespoeld en buiten aan palen te drogen gehangen.
De blauwververs voegden eerst en vooral zaagsel en wat gemalen meekrap aan de verfkuip toe, om het water te verzachten. Nadat deze stoffen hun werk hadden gedaan, werd het bezinksel verwijderd en de wedepastel toegevoegd. Hierna ging het deksel op de kuip en begon de inhoud te gisten. Ondertussen werden de textielstoffen geweekt in helder lauw water. Wanneer de kuip voldoende had kunnen gisten, ging het deksel eraf en werd het laken in het kleurmengsel ondergedompeld. Terwijl de stof zorgvuldig gedraaid werd, veranderde de kleur van het water door de toevoeging van zuurstof van groengeel in blauw. Er konden ook nog andere ingrediƫnten toegevoegd worden die voor de nodige kleurschakeringen zorgden. Wanneer de kleur zich aan het laken had gehecht, werd de stof zorgvuldig uitgespoeld. Een ketel afwerken duurde minstens een hele dag en soms zelfs twee of drie dagen. Een blauwverver kon op deze manier 3 tot 4 kuipen per week afwerken
lakenidustrie
Lakennijverheid in het algemeen
Laken was - vanwege het nogal gecompliceerde productieproces - min of meer een luxeproduct. Dit had tot gevolg dat de lakennijverheid al vrij spoedig een zaak van gespecialiseerde ambachtslieden werd, terwijl een groot deel van de plattelandsbevolking zich nog kleedde in huisgesponnen en huisgeweven stoffen.
De lakennijverheid had de neiging zich in bepaalde gebieden te concentreren, zoals Noord-Frankrijk, Vlaanderen en Holland. Dit waren overigens zeker niet de enige productiecentra. In Italiƫ bij voorbeeld, was Florence een belangrijk centrum van lakennijverheid.
Productiewijze
De ruwe wol werd ingekocht en aangevoerd. Aanvankelijk binnenlands maar later vooral uit Engeland en Schotland.
De wol werd, na een uitgebreid was- en kamproces, geverfd en tot draden gesponnen. De volgende verfstoffen werden hiertoe gebruikt: wouw voor gele verfstof, Wede of indigo voor blauwe verfstof, lakmoes, aluin en sandelhout.
De drapenier, de lakenwever, spande zijn draden op het weefgetouw en weefde het aken tot een voorgeschreven afmeting.
De volder of voller bewerkte het weefsel om de vezels dichter ineen te werken. (Het werkwoord vollen is hetzelfde als vullen.)
Na het vollen door voetvolders of in de volmolen werd het laken op 'ramen' gespannen om weer opgerekt te worden. Dit waren rechtop in de grond staande palen met dwarslatten daarop. Aan deze latten enpalen zaten haken zodat het laken tot de juiste lengte en breedte kon worden opgerekt.
Vervolgens werd het laken "geschoren": met grote scharen werden uitstekende pluisjes verwijderd, zodat het vervilte weefsel een effen oppervlak kreeg (zie ook scharlaken).
Appreteren was het op glans brengen van het laken
Tussen al deze stappen werden keuringen uitgevoerd die met loodzegels werden gemerkt.
Het ontbreken van een goede historiografie is voornamelijk te wijten aan het ontbreken van veel gegevens: grote delen van de gildenarchieven zijn verloren gegaan.
- ALIA Gerrit Willems Rijntjes
